Zen en mijn vriend zijn sexy

Er lopen in het Vaticaan misschien nog wat purperen prelaten rond die hardnekkig in het kerklatijn proberen te converseren maar die uitzonderingen op de regel kunnen niet verhelen dat Latijn een dode taal is. Nederlands daarentegen is zo springlevend als een mezennestje dat is uitgebroken - een vergelijking met een knipoog naar Gezelle – en juist daarom is onze moedertaal aan verandering onderhevig. Het meest flexibele onderdeel van een levende taal is zeker de woordenschat. De morfologie (vormleer van de woorden) en de syntaxis (zinsbouw) zijn aan min of meer vaststaande regels onderworpen maar in het vocabularium komen de woorden en gaan ze ; blijvende woorden kunnen soms verschuiven of zelfs totaal veranderen van betekenis. Dat is bijv. het geval geweest met herberg en onnozel die in een vroeger bestaan ‘plaats waar het leger kon overnachten’ en ‘onschuldig’ betekenden. En zo is er dit moment qua betekenis wat gaande met zen, vriend, en sexy.

In de 12° editie van Van Dale (1994) vind ik bij sexy kortweg : seksueel prikkelend, met veel sex-appeal. In de laatste uitgave van 2005 is daar bijgekomen : aanlokkend, leuk. Inderdaad, de betekenisinflatie van sexy heeft, naar mijn smaak, belachelijke proporties aangenomen. Heden ten dage is iedereen en alles en nog wat sexy. Op de frontpagina van De Standaard van 29 mei lezen we dat, God weet waarom, grijs cool en sexy is. Dezelfde krant van 27/05 op p.43 in een artikel over het Aalsterse restaurant Karnivale : “ In die tijd was kok worden nog lang niet zo sexy als vandaag.” Na de verkiezingen jubelt de zogenaamde kwaliteitsgazet over De Wever : “ Want de manier waarop de tegendraadse Vlaams-nationalist zijn cynische ongebondenheid sexy heeft gemaakt, is uniek.” (15/06,p.7) En tijdens het WK in Zuid-Afrika speelden de saaie Duitsers van weleer nu zowaar sexy voetbal !

Wat, lieve lezer(es), heb ik nu eigenlijk gezegd als ik in de titel beweer dat mijn vriend sexy is ? In wezen misschien niets anders dan dat hij een toffe knul is, of had u wat gedacht ? De titel geeft u ook geen eenduidige informatie over wie of wat mijn vriend nu wel is. Uit de initialen onder deze tekst -H.J. kan evengoed voor Hanne Jeurissen als Herman Janssens staan- kan een volslagen buitenstaander die deze tekst in handen krijgt onmogelijk uitmaken wie dit schrijfsel gepleegd heeft, een man of een vrouw. Stel je voor dat hier een vrouw aan het woord is : ze kan dan beweren dat (1) haar partner met wie ze niet getrouwd is over heel wat sex-appeal beschikt, (2) dat diezelfde heer gewoon een leuke kerel is, (3) dat haar minnaar, in tegenstelling tot haar droogstoppelige echtgenoot, een fantastische vent is met veel vuur op zijn pijp of (4) dat haar zielsmaat, met wie ze absoluut geen seksuele verhouding heeft, een vent uit de duizend is en desgewenst ook een aantrekkelijke bink voor vrouwen. En mocht haar gade ook haar beste vriend zijn dan is er nog een vijfde betekenis mogelijk.

Van een homofiele relatie is er in de bovengenoemde situatie in de verste verte geen sprake. Het is wel even anders en de zaak wordt nog wat gecompliceerder als H.J. een man is die beweert dat hij een sexy vriend heeft. Haast automatisch wordt anno 2010 een dergelijke uitspraak geïnterpreteerd als een outing met seksuele bijklank. Dat hoeft nochtans niet zo te zijn want H.J. kan het best hebben over een vriend in de “klassieke” betekenis van het woord, geen seksuele partner dus maar wel een seksegenoot die hem door en door kent, op wie hij kan rekenen, aan wie hij lief en leed kan toevertrouwen, die hem niet laat vallen in moeilijke tijden. Die vriend kan dan best sexy zijn in de beide betekenissen die je nu in Van Dale vindt, nl. seksueel aantrekkelijk en leuk. De 7° betekenis van vriend die we nu bij Van Dale (2005) aantreffen was er in 1994 nog niet : jongen of man met wie men een buitenechtelijke relatie heeft, syn. minnaar. Het heeft er alle schijn van dat vriend er een eufemistische functie heeft bij gekregen : het klinkt alleszins minder confronterend dan het weinig verbloemende minnaar . Het vijlt de overspelige kantjes weg en past uitstekend in een permissieve maatschappij die niet duldt dat er door fatsoenrakkers aan de (seksuele) vrijheid wordt gemorreld.

Naast sexy en vriend is ook zen aan een betekenisverschuiving onderhevig. ‘Zen’ is als zelfst.naamwoord een afkorting van ‘Zenboeddhisme’ dat door Van Dale wordt omschreven als ‘ in Japan tot ontwikkeling gekomen vorm van het boeddhisme met veel nadruk op meditatie als middel van verlichting.’ ( De omschrijving klopt niet helemaal.) Als bijvoeglijk naamwoord bestaat het woord niet. Toch heb ik onlangs een radio-presentatrice –het was geen van de onvermijdelijke ‘madammen’- horen beweren dat ze zich de avond tevoren heerlijk zen had gevoeld op een avondlijk terrasje. En De Standaard van 27.07 kopt op p.10 : “Helemaal zen tussen de oudjes.” In het artikel zijn een aantal jongeren van Joka (Jongerenkampen) aan het woord die de bewoners van een rusthuis een weekje prettige ontspanning willen bezorgen. Wellicht betekent zen in de titel dan simpelweg ‘ontspannen’. De omroepster waarvan sprake zit op dezelfde golflengte en hakt met hetzelfde bijltje : zen is een cultwoord aan het worden voor ‘relaxed, zalig zorgeloos, zonder problemen’. Over Zen zijn al bibliotheken literatuur verschenen. Met simplistische veralgemeningen doet men onrecht aan zijn complexiteit en rijkdom. Maar toegegeven, het klinkt toch wat gedistingeerd en een tikkeltje diepzinnig als je kunt uitpakken met je Zen-gevoel ook al heb je voor de rest geen jota gelezen over die – vermoedt men- oorspronkelijk Chinese en pas later naar Japan overgewaaide variant van het boeddhisme.

H.J.