Diep van binnen kwijn ik weg van de pijn

(Yasmine)

Sic transit gloria mundi…Wat gaat de heerlijkheid van de wereld snel voorbij!  Op 25 juni jl. heb ik dikwijls moeten denken aan deze woorden uit de Navolging van Christus van Thomas à Kempis (I,3,6).  Op die dag overleed Farah Fawcett, ooit ‘engel’ en verafgood sekssymbool, aan de gevolgen van kanker. Het hart van een andere (aarts)engel, Michaël Jackson – king of pop- viel stil na 50 jaar beating in overdrive en bij ons stapte zangeres en presentatrice Yasmine uit het bestaan.

‘Vandaag is Yasmine uit het leven gestapt’ : inderdaad,  zo werd haar dood ’s avonds in het journaal omfloerst meegedeeld. In een eufemisme, een verbloemende uitdrukking voor zelfdoding of, het kan nog brutaler, zelfmoord. De onverdraaglijke hardheid van zo’n wanhoopsdaad wordt zachtjes toegedekt want de ballon van ‘mooi, ’t leven is mooi’ (Will Tura) schijnt niet voor iedereen op te vliegen. Met zelfdoding weten wij geen raad : hij staat haaks op onze instinctieve drang om te (over)leven, haaks op alle pogingen die wij individueel en collectief ondernemen –denk aan de vlucht van de medische wetenschap- om Hein met de zeis  te verschalken en op een afstand te houden. Om de onvatbaarheid van de gewilde, definitieve sprong in de afgrond van het diepe geheim toch een plaats te geven, zoeken wij naar oorzaken en redenen, naar motieven die dikwijls niet veel meer zijn dan strohalmen waaraan wij ons vastklampen. Zo ook met Yasmine.

Het lag voor de hand dat Yasmines recente scheiding van Marianne Dupon, met wie ze 6 jaar getrouwd was, als reddingsboei zou worden aangegrepen om niet te verdrinken in uitzichtloze onverklaarbaarheid. Onverteerbaar liefdesverdriet zou aan de basis gelegen hebben van Yasmines beslissing. Sommige fans brandmerkten op internet en facebook haar ex als femme fatale, als grote schuldige, als bron van de rampspoed. De onterechte woede vond zelfs een niet goed te praten uitlaatklep in dreigbrieven. De familie van de zangeres bood wijs  weerwerk door de familie van Marianne D. te betrekken bij de organisatie van de afscheidsplechtigheid in het crematorium van Wilrijk. De huwelijksbreuk biedt niet de enige verklaringsgrond voor het gebeurde: daar zijn goede bekenden en intimi als Martine Prenen het over eens. Maar wat moet het onverklaarbare dan helpen te verklaren ?

In Van porselein, een hommage die door de VRT aan de vooravond van de crematie werd uitgezonden, kwamen een rist collega’s van showbizz en tv aan het woord. Tot mijn verwondering karakteriseerden allen, met uitzondering van Kris De Bruyne die haar had gewaarschuwd om de pijn niet op te zoeken en te cultiveren, Yasmine als een toffe maat, een levenslustige, opgewekte jonge vrouw die niet moest worden aangepord tot een leuke babbel bij een frisse Duvel. Misschien was  Hilde Rens, want zo heette ze eigenlijk, een verscheurde vrouw die naar buiten uit haar innerlijke twijfels trachtte te bezweren, en soms te camoufleren, door voor te wenden dat het glas half vol is in plaats van half leeg.

Een aantal uitspraken van haar,  uit interviews in een extra editie van Story bijeen geplukt, laten veel van

die tweespalt doorschemeren. Er is de levensdrang : Ik wil nog niet doodgaan, mijn taak zit er nog niet op. Ik ben nog te jong…Maar ze is zo eerlijk om ons ook kennis te laten maken met haar donkere kant. Eigenlijk heb ik een f*cking good life. Maar eeuwige onrust, dat hoort bij dit beestje.

Zelf heeft ze ooit gezegd dat de tekst van het lied Porselein perfect weergeeft wie ze was.

In het diepste van mijn ziel

ben ik eenzaam en fragiel

maar ik staar de wereld aan als een winnaar

en het leven lacht me toe

bij om het even wat ik doe

elke keer zal ik er staan als een winnaar

maar soms voel ik me zo klein

wil ik iemand anders zijn

diep van binnen kwijn ik weg van de pijn.

De dood was niet ver weg…De dood schrikt me niet af. Ik verkies een plotse dood op mijn zestigste, bij mijn volle verstand. Of  nog explicieter : Opeens begreep ik waarom mensen uit het leven willen stappen. Vroeger vond ik zelfdoding een enorme zwakte, maar toen heb ik begrepen dat er een punt kan komen waarop je zegt : hier houdt het op, ik ben het leven moe.

Het is altijd gevaarlijk om mensen onder te brengen in hokjes. Toch hebben veel psychologen de verleiding niet kunnen weerstaan om typologieën te ontwerpen, om ons naar karakter, lichaamsbouw en temperament te typeren, in groepen in te delen. Vooral de typologie van de Nederlandse psycholoog en filosoof Gerard Heymans lijkt me – teoegegeven, mijn oordeel is dat van een leek - hout te snijden. In zijn classificatie omschrijft hij het sentimentele type als geneigd tot melancholie ; het beschikt over een intens innerlijk leven, is sterk emotioneel van aard maar ook geneigd om die gevoelens naar de buitenwereld te verbergen en het vertoont een aanleg tot neurotische kenmerken. Is het te ver gezocht om in deze omschrijving toch Yasmine een beetje te herkennen?

Er zijn alleszins mensen die, genetisch of via opvoeding en groei in hun sociale habitat, voorbestemd lijken te zijn tot zwaarmoedigheid, die gevoeliger dan de doorsnee burger reageren op het lijden dat ongenadig verweven is met onze ‘condition humaine’, die de pijn van het zijn intens ervaren. Ze zouden het zelf liever anders wensen maar het leven is hen tot last. Ze zijn daarom niet te benijden en het schampere verwijt dat ze zwelgen in hun ongeluk en masochistisch genieten van hun miserie getuigt niet alleen van onbegrip maar is daarenboven totaal misplaatst. Als tegengif citeer ik dan ook graag Ton Lemaires oproep tot zachtmoedigheid uit zijn werkje De tederheid (Ambo, Bilthoven 1968) :

De zachtmoedigheid is het weet hebben van de breekbaarheid van de dingen, van de teerheid van de planten, van de kwetsbaarheid van de dieren, van de eenzaamheid van de mensen…Alle waarachtige liefde is in wezen mededogen met de ander : het weet hebben dat de ander, evenals wijzelf, een ongelukkig bewustzijn is, dat aan zijn bestaan lijdt…Laten we zacht zijn voor elkaar, want het leven is een onduldbare pijn.’

Prangend en ontroerend zijn de volgende vragen van Yasmine. Hoe diep moet ze gezeten hebben toen ze haar wanhoop verwoordde : Ken je dat gevoel? Dat je op de bodem van het verdriet zit, en dan vast moeten stellen dat er nog één verdieping lager is, en nóg één?

Wie dat gevoel wellicht heeft gekend is Ed Hoornik, een Nederlandse dichter die als een levend lijk uit het concentratiekamp van Dachau is teruggekeerd, een man die zijn onnoembaar lijden toch  in bedrieglijk eenvoudige maar indringende verzen gestalte wist tegeven. Zou Yasmine ooit Hoornik hebben gelezen ?…

Enkel verdriet is van de ziel het wezen.

Een zelfde eenzaamheid sluit allen in.

De grootste liefde heeft geen andre zin

dan in elkanders oog het leed te lezen.

Gelijk het was in ’s werelds oerbegin,

gelijk het is en altijd weer zal wezen;

de grootste liefde kan ons niet genezen :

een zelfde eenzaamheid sluit allen in.

 

 

H.J.