Prettig, vrolijk, zalig

De zakenwereld laat er geen gras over groeien…Na het griezelige halloween en  de kerkhofgang op Allerheiligen worden de ouders en kinderen meteen bestookt met speelgoedfolders ook al is de heilige man uit Spanje, die eigenlijk herkomstig is uit Myra in Turkije, al een poos geschrapt uit het register van de gegarandeerde hemelbewoners. Een normale mens zou denken dat met die prooi het businessmonster verzadigd is maar dat is wishful thinking : ook aan de eindejaarsfeesten kunnen we niet meer voorbij. De brand van de koopjeswoede  wordt flink aangewakkerd ; de cadeautjescarrousel kan niet snel genoeg draaien.

Midden al dat feestgeweld worden in boekenwinkels en warenhuizen de molentjes opgevuld met kerst- en nieuwjaarskaarten. Na jaren van vergeefs speuren maak ik me geen illusies meer. Ik zal zoeken naar kaarten met  een ‘zalig Kerstmis’ maar daar zal ik die niet vinden. (Wel in het religieuze centrum van de abdij in Affligem). ‘Zalig’ is een begrip van bijbelse oorsprong ( de zaligsprekingen) en in de loop der eeuwen heeft het - zie de dikke Van Dale -  een katholieke bijklank gekregen : Rome verklaart sommige verdienstelijke gelovigen ‘zalig’. Hoe dan ook, op kerstkaarten lijkt niet alleen ‘zalig’ te zijn verdwenen, ook het begrip ‘Kerstmis’ is letterlijk van de kaart geveegd omwille van die ‘mis’ denk ik, die al te religieus en  liturgisch klinkt in de oren van niet-kerkgangers die nu eenmaal  de meerderheid  van de consumerende doelgroep vertegenwoordigen. We wensen elkaar liever  ‘prettige kerst(dagen),  een ‘vrolijke kerst’ en – ik kreeg haast een beroerte toen ik het las- nu ook ‘beregezellige kerstdagen’. In de kerstkaart anno 2008  zien we een diepgaande kentering der tijden  weerspiegeld, een, vanuit christelijk standpunt bekeken, radicale collectieve geloofscrisis.  

Dat het kerstfeest wordt geassocieerd met ‘vrolijk’ valt enigszins te verklaren. In heel wat Middelnederlandse kerstleisen wordt het in één naam genoemd met ‘zingen’. De vreugde  -het woord is qua betekenis verwant met vro en vrolijk- om Jezus’ geboorte wordt, de engelen achterna, uitgezongen want het simpele, gesproken woord reikt niet ver genoeg om de draagkracht van de blijde boodschap door te geven. In  Een suverlic boecxken , een bundel Middelnederlandse kerstliederen, lezen we dat ‘Ons is geboren een kindekijn, daar om so willen wi vrolic sijn’ (lied VII), ‘Met vruechden willen we singhen in desen bliden tijt’ (lied XIII) en ‘Nu laet ons vrolic singhen’ (lied XXV). De eerste strofe van het bekende lied ‘Herders, Hij is geboren’ klinkt ons vertrouwd in de oren : ‘Vrolijk, o herderkens / zongen die engelkes / zongen met blijde stem / haast u naar Bethlehem’.

De betekenis van woorden kan in de loop der jaren soms grondig veranderen. Zo is bijv. ons ‘zalig’ in het Engels geëvolueerd naar ‘silly’, ‘onnozel’ dus (vgl. Nederlands ‘sul’). Ook ‘vrolijk’ betekent niet meer simpelweg ‘blij’. Van Dale omschrijft het in eerste instantie als ‘in lichte stemming’ en wat verder blijkt de vrolijke buurt de rosse buurt te zijn, is een vrolijk Fransje een luchthartige kerel en betekent ‘vrolijk’ in ironisch taalgebruik ‘lichtelijk aangeschoten’. Dat alles bevestigt mijn taalgevoel : ‘vrolijk’ is te dartel, te oppervlakkig als de volle betekenis van Kerstmis in het geding is.

Ik hou het dus bij ‘zalig’. Ik beken dat ik me, zeker in deze kersttijd, niet gelukkig voel met de  ont’kerst’ening van onze samenleving. Ik las ooit een haiku, de naam van de auteur moet ik u schuldig blijven, die me is bijgebleven : ‘In de stilste nacht / volle restaurants ver van / lege kerkstoelen.’ …Spijkerharde woorden die maar al te waar zijn. 

H.J.