Deze tekst werd opgesteld als bezinningstekst voor de slotviering
van 100 jaar Davidsfonds Denderleeuw op 29 juni 2012.

Als ik aan Vlaanderen denk

Als ik aan Vlaanderen denk
dan word ik in mijn verbeelding
zachtjes maar onweerstaanbaar meegezogen
in het verleden van steden,
dan kuier ik rond in de grandeur van Brugge en Brussel,
Gent en Antwerpen, Damme en Diest,
dan kijk ik van op de IJzertoren in Diksmuide
kilometers ver over het slagveld van de Westhoek,
over het vlakke land van Jacques Brel
dat nog kleiner lijkt dan het al is
als het verzonken ligt
in de tristesse van mist, regen en noordenwind.

Als ik aan Vlaanderen denk
dan dwaal ik door Unescowerelderfgoed
in de begijnhoven van Leuven en Lier,
dan adem ik de vroomheid van juffrouw Symforosa,
van Maria in veldkapelletjes,
van heiligen in nissen boven deurportieken,
dan word ik stil bij de mystieke diepgang
van Hadewijch, Ruusbroec en Sint-Lutgart.

Als ik aan Vlaanderen denk
dan denk ik aan palet en penseel, kleur en koloriet,
aan een defilé van geniale schilders,
de Vlaamse Primitieven, Brueghel - oud en jong-,
aan Rubens, Jordaens, Teniers, Van Dijck,
aan Ensor, Servaes en Permeke,
aan De Saedeleer en sneeuw in de Vlaamse Ardennen.

Als ik aan Vlaanderen denk
dan denk ik aan de kunst om te overleven,
om niet te bezwijken onder het juk van Vikings,
Franse koningen, Bourgondische hertogen, Habsburgse keizers,
onder de druk van franskiljonse adel en haute bourgeoisie,
dan weet ik dat je met open havens, open grenzen en open geest
jezelf kunt blijven,
dat kennis van vreemde talen de blik verruimt,
dat je, naar de woorden van August Vermeylen,
Vlaming bent om Europeeër te worden en wereldburger.

Als ik aan Vlaanderen denk
dan denk ik aan ons grootse verleden
en hoop ik op een even grootse toekomst
voor onze erfgenamen, de kinderen van ons volk.



Herman Janssens