Ongewone Nieuwjaarsbrieven van oma en opa

( Dit is één van de bindteksten, geschreven voor het kerstconcert van ‘De Dendergalm’ op 19 december 2009)

1

Liefste ouders,

We rapen de draad weer op die we tientallen jaren geleden hebben laten vallen. In het zesde leerjaar schreven we, met onvaste, bangelijke kinderhand – in die tijd doopten we de pen nog in Oost-Indische inkt en waren vervloekte vlekken gauw gemaakt - onze laatste nieuwjaarsbrief. Jullie zullen je nog wel herinneren dat we die, beschaamd zoals alleen pubers in spe kunnen zijn, op een drafje voorlazen, ongemakkelijk omdat een troep familie mee zat te luisteren. De klus kon niet snel genoeg geklaard worden. Elk jaar beloofden we dat we het zonnetje in huis wilden zijn en dat we ons best gingen doen op school en dat we jullie dankten voor alles wat jullie voor ons deden. Maar eigenlijk beseften we niet half wat we daar zo plechtig orakelden en ontging ons de ernst van de blijde boodschap die we verkondigden.

Jullie zijn nu al een poos overleden. We hopen echter stellig dat jullie, bij wijze van spreken, op een hemelse, witte wolk zitten te luisteren naar onze woorden, even gewillig als tientallen jaren geleden, het hoofd een beetje schuin en de ogen half toegeknepen. Kinderen die zelf kinderen krijgen hebben de, misschien onvermijdelijke maar daarom niet minder spijtige, neiging om hun ouders wat te verwaarlozen. We zijn er ons nu van bewust dat we jullie niet genoeg hebben laten aanvoelen hoeveel we eigenlijk van jullie hielden. We hadden al eens meer moeten langslopen, wat meekoken, jullie uitnodigen aan onze dis of meenemen op boodschappentocht. We hebben verzuimd dat te doen en dat vinden we ontzettend jammer.

We hopen, liefste ouders, dat we jullie met deze nieuwjaarsbrief gelukkig stemmen en dat jullie een beetje fier zijn op ons die eindelijk in het land van de jaren van discretie en verstand zijn thuisgekomen. Wij van onze kant zijn apetrots omdat we in jullie warme nest mochten opgroeien.

Jullie toegenegen kinderen,

Lieve en Herman

Denderleeuw, 1 januari 2010



2

Liefste kleinkinderen,

We hebben wel een pc maar toch stellen we er prijs op om deze nieuwjaarsbrief met een balpen te schrijven ook al wordt onze hand wat onvast en beverig omdat reuma zich in onze spieren aan het nestelen is. Misschien beseffen jullie niet ten volle wat we hier plechtig beloven en wat we jullie, vanuit het putteke van ons hart, toewensen. Jullie zijn tenslotte amper 7, een leeftijd waarvan men vroeger, ten onrechte, dacht dat de kinderen tot de jaren van discretie en verstand waren gerijpt.

Men beweert wel eens dat grootouders en kleinkinderen één gemeenschappelijke vijand hebben, namelijk de tussenliggende generatie. En inderdaad, jullie ouders, die onze kinderen zijn, moeten het ons maar vergeven dat we jullie een beetje verwennen, net zoals onze ouders indertijd, tegen onze zin – we wisten toen niet beter – onze kinderen hebben vertroeteld.

Voor ons hoeven jullie niet spectaculair getalenteerd, ongewoon intelligent of bloedmooi te zijn. Een flinke dosis gezond verstand en een groot, warm hart zijn de meest betrouwbare gidsen op het levenspad. Als wij het tijdelijke voor het eeuwige hebben ingeruild – niemand kent dag noch uur - , pijnig jezelf dan niet met het verwijt dat jullie ons onvoldoende hebben bedankt voor de tijd en de genegenheid die we in jullie hebben geïnvesteerd. We verwachten ook niet dat jullie onze deur plat gaan lopen : we weten uit ervaring dat er in de strakke agenda van jonggetrouwde koppels met kinderen, ondanks alle goede intenties, geen gaatje open te wrikken is voor een regelmatig bezoekje aan opa en oma. Bedenk liever dat wij, om een beeld te gebruiken, in de hemel op een witte wolk zullen zitten te monkelen van pret als jullie er in slagen om een groot levensgeheim te ontdekken : wie liefheeft krijgt vanzelf , gratis, voor niks, een diepe innerlijke vrede als dank geretourneerd.

Liefste kleinkinderen, blijf gezond naar lijf en leden en loop in het spoor van het kind uit Bethlehem, van de Goede Herder uit Nazareth misschien een toekomstig land tegemoet waar we elkaar mogen weerzien en waar het goed toeven is.

Denderleeuw, 1 januari 2010

Opa en oma, die jullie zeer genegen zijn.


H.J.