Kčtjeloo


Onze oudste kleinzoon heeft me vanmorgen naar mijn eigen jeugd gekatapulteerd. Toen hij, samen met zijn zus, door zijn papa aan onze opvangzorg werd toevertrouwd bleek hij de fiere eigenaar te zijn van ‘een mik’. Volgens der dicke Von Dale is de hier bedoelde mik ‘een boomtak in de  vorm van een tweehandige vork’. En als je tussen de 2 tanden van die vork een elastiek opspant heb je een primitief schiettuig geconstrueerd. De mik van Michiel – want zo heet onze bengel- zal wel door zijn papa in elkaar zijn geknutseld en die zal dat op zijn beurt van zijn vader hebben geleerd en die van zijn vader etc…Er is zo van dat speelgoed dat al vele generaties zijn aantrekkelijkheid heeft bewezen. Op vraag van de rakker heb ik een stel kartonnetjes zo gevouwen dat hij ze als ‘kogels’ kon gebruiken voor zijn wapen. Dat klinkt wellicht als een vloek in de oren van bezorgde pedagogen en geweldloze pacifisten maar als verzachtende omstandigheid wil ik wel even aanstippen dat we het jonkie op het hart hebben gedrukt om niet naar levende wezens te schieten, naar onszelf bijv., de kat, de vlinders en de vliegen.


Propjes karton in het oog krijgen kan desastreuze gevolgen hebben. Daar zijn wij ons nu van bewust maar in onze apenjaren dachten we niet aan dat gevaar toen we, gewapend met onze mikken, gingen vechten tegen een bende andere snotneuzen uit een zogezegd vijandige buurt aan wie we de oorlog hadden verklaard. Onze katapulten waren zwaarder van postuur en wij schoten met steentjes die 30-40 meter ver vlogen. Eigenlijk beseften we niet in het minst wat we uitspookten en welke gevaarlijke streken we uithaalden. De Voorzienigheid heeft ons toen behoed voor kleine drama’s en grote tragedies. Kinderen hebben speciale engelbewaarders.

Het moet gezegd dat we slechts sporadisch ten strijde trokken en ons in de regel amuseerden met vredige spelletjes. Alle gekheid op een stokje…één van die onschuldige spelletjes was ‘Ik verklaar de oorlog aan…’ Op een stuk grond werd er een cirkel getrokken en die werd verdeeld in evenveel segmenten als er spelers waren, segmenten die dan de naam kregen van een land. We gooiden dan een mes in het grondgebied waaraan de oorlog werd verklaard in de hoop hem van een stuk grond te beroven…Hinkelen deden we ook al was dat meer een meisjeszaak, net als touwtje springen en jongleren met 2, 3 of zelfs 4 kleine ballen. Bij hinkelen moest je op één been een steen of stukje hout verder duwen in een raster met hokjes van 1 tot 10. Bikkelen ontbrak evenmin op het menu ; net als bij zovele andere spelletjes moest je handig zijn, handig om steentjes in de lucht te gooien en op te vangen op de rug van je hand. Die keitjes gingen we bijeenrapen op ‘het eiland’ in Huissegem aan de Dender waar toen nog schepen aanmeerden wiens vracht werd gelost met een heuse kraan : zavel, rijnzand en kiezel die door vrachtwagens naar ‘Keizers’ en Vijverman werden gevoerd, handelaars in bouwmateriaal.

Of we troepten samen op de hoek van de De Brabanterstraat en Kerkhofstraat, aan de woning van Willy Van Vaerenberg, een oudere knaap naar wie we opkeken omdat hij wedstrijden organiseerde waarbij we al lopend een fietsband met een stokje moesten aandrijven ; de banden gingen we afbedelen bij ‘Chalen de velomaker op de voetweg’ die maar al te blij was dat hij op die manier van zijn kapotte rotzooi werd verlost. Om de echtheid van de wedstrijd in de verf te zetten kregen we van Willy  rugnummers : de bladen die hij van de almanak-kalender ging wegritsen tot wanhoop van zijn moeder Marieken. Het jaar ging ten huize Van Vaerenberg snel voorbij…En voetballen  van ’s morgens vroeg tot in de valavond, tot we de bal nog amper zagen. Voetballen op geruite wollen pantoffels met dikke rubberen zolen die het water opslorpten, ‘sletsen’ die vlug versleten en  na een tijd aan onze dikke rechterteen een groot gat vertoonden.

En wie heeft er nog weet van ‘hamer, schaar of mes’? Of van ‘kčtjeloo’, een spel waarvan de naam me nog altijd als Bargoens in de oren klinkt, onvertaalbaar en onverklaarbaar. Kčtjeloo :tegen een muur gaan staan, de rug naar de straat, het hoofd in de arm en tot 20 tellen om de medespelers de tijd te geven zich te verstoppen. En dan waren daar plots, onaangekondigd, vanuit het niets, de periodes dat er werd geknikkerd, met de dop gespeeld of met de kaarten : eenentwintigen voor beduimelde prentjes die te vinden waren in de verpakking van chocoladerepen Victoria en Jacques, verfrommelde ‘beeldekens’ die als goud werden verhandeld. En over kaarten gesproken : wie bouwde zijn fiets niet om tot brommer met de hulp van een stel speelkaarten die door houten wasspelden aan de spaken van het wiel werden bevestigd ? Met fantasie kan een kind de banale realiteit omtoveren tot een wereld vol prettige

verrassingen.

We speelden samen op straat want we waren wel verplicht om elkaars gezelschap op te zoeken. Er waren al  tv’s maar van het nieuws om half acht ging  weinig aantrekkingskracht uit en spannend kon je de programma’s niet noemen, om nog te zwijgen van de rollende beelden, gebroken filmassen en interludiums. Gameboys, video’s en aanverwante computerontspanning behoorden nog tot het rijk der ongekende toekomstmogelijkheden. We hadden genoeg aan elkaar in een tijd dat de straat nog veilig was, verkeersveilig en veilig omdat de kans dat we werden meegelokt door snoodaards met kwaaie bedoelingen zo goed als onbestaande was. Ouders konden toen nog met een gerust gemoed hun telgen toevertrouwen aan de goede zorgen van de straat.

Op straat spelen is, om diverse redenen, levensgevaarlijk geworden. De tijden veranderen en het heeft weinig zin om te verlangen naar de vleespotten van Egypte, om het verleden te idealiseren. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat kinderen altijd andere kinderen zullen blijven opzoeken om zich te amuseren. Als dat niet op de straat kan, dan moeten we de infrastructuur creëren waarin dat wél mogelijk is. De speelpleintjes die door de overheid her en der in onze gemeente werden ontworpen zij geen overbodige luxe en …het vernieuwde Hof ter Leeuwe is een ware zegen voor het kleine grut van heinde en verre. Het is, lekker meegenomen, ook een ideaal oord waar oma’s en opa’s met hun kameraden en vriendinnen van weleer oude koeien uit de Dender kunnen halen.

H.J.