Herinneringen aan tHuissegem (1)

Ter hoogte van café De rare vos in de Landuitstraat heb ik op 29 juni 1958 ons Heer met al zijn engelen, heiligen en vooral apostelen naar de diepste krochten van de hel gewenst. Als knaap van 12 werd ik van thuis uit verplicht om die zondag(na)middag  mee te figureren in een processie. De zon schitterde aan het uitspansel, een reden waarom de deur van het bovengenoemde café wagenwijd openstond zodat ik als voorbijschrijdend lid van de groep der twaalf apostelen heel goed kon horen dat de tv afgestemd stond op de finale van het wereldkampioenschap voetbal in Zweden, een finale die door het wervelende Brazilië van wonderboy Pele (toen 17) met 5-2 werd gewonnen. Had ik gedurfd, ik had mijn rol als Judas de verrader of als vluchtende en deserterende apostel alle eer aangedaan en was zó in mijn lange gewaden, met veel geduld en vakvrouwschap door Hélène Van Holsbeeke rond mijn lijf gedrapeerd, het café binnengerend om toch maar geen kunststukje van het sambavoetbal te missen.

Ik weet niet waarom de parochiale overheid juist op die bewuste dag een processie had gepland, en dan nog wel na de noen, op het vermaledijde eigenste  moment dus van het voetbalfestijn in Scandinavië. Normaal gezien vertrok de processie twee keer per jaar op een zondagvoormiddag vanuit de hoofdkerk en waren er 2 trajecten , ééntje via de A.De Branbanterstraat, een ander via de Lichtenhoek. Van een tocht naar Leeuwbrug of Huissegem was  hoegenaamd geen sprake. Ik herinner me dat er op de hoek van de Lichtenhoekstraat en de Geallieerdenstraat halt werd gehouden bij een forse kapel vanwaar de aanwezigen werden gezegend met het H.Sacrament. (By the way, waar is die kapel gebleven ? Afgebroken uiteraard, maar wanneer en waarom?)

Terug naar 29 juni 1958. Is er iemand die me kan helpen en die weet waarom die religieuze plechtigheid toen plaatsvond ? Het antwoord kan me misschien verlossen van mijn jarenlange frustraties en van de complexen die ik meezeul omwille van de gemiste spetterende finale. Ik denk me een punthoofd, pijnig mijn hersens en na veel getob zie ik maar 2 mogelijkheden : ofwel werd die dag op Huissegem de nieuwgebouwde toren van de kerk ingewijd ofwel was de processie een eerbetoon aan O.L.Vrouw . 1958 was een speciaal Mariajaar want het was toen precies 100 jaar geleden dat de Dienstmaagd des Heren in Lourdes aan Bernadette Soubirous  verscheen. Voor deze 2° mogelijkheid pleit het feit dat O.L.Vrouw de patrones is van Huissegem maar van de andere kant is het niet uitgesloten dat die dag alles figuurlijk draaide rond de kerktoren. De aanbesteding voor de bouw van die kerktoren had plaats in 1957 en het is dus best denkbaar dat hij een jaar later met veel pracht en luister werd ingewijd.

Och ja, die toren. Hij zou 600.000 frank kosten, een bom duiten in die tijd. De toenmalige  onderpastoor, Maurits Van Geyt,  moest op zoek naar centen. Heel veel inwoners  van Huissegem zullen zich geheid herinneren dat er in die zoektocht naar poen een Spel van O.L.Vrouw ter Nood werd georganiseerd, een groots opgezet Mariaspel met meer dan 250 uitvoerders. De regisseur had de snotaap die ik was bij het Joodse volk ondergebracht. Ik maakte deel van het zgn. schorremorrie dat  Pilatus al schreeuwend en schimpend dwong om het doodvonnis uit te spreken over Miel Meganck van de Opgeëistenstraat. De overigens doodbrave ziel speelde de rol van Christus met veel verve, viel overtuigend 3 keer onder zijn kruis en werd terechtgesteld tegen de gevel van de kerk, aan de kant van de winterkapel. Dat alles geschiedde in een muisstil openluchtdecor. Het Mariaspel, dat 3 keer werd opgevoerd, kende een enorm succes : het volk zat zelfs letterlijk opeengepakt in de Landuitsstraat die voor de gelegenheid voor het verkeer was afgesloten vanaf het Strokapelleken tot aan de plaats van het spektakel.

De toren bleef er echter stom en stil bij staan, tot in de advent van 1965. Dan luidt voor het eerst de klok die door pastoor Van Geyt werd aangekocht. In Van schiptrekker tot pendelaar van Jacques Van Mello vinden we op pagina 163 de tekst die op de klok te lezen staat : “Mijn naam is Jozefine. Ik sla de uren van verdriet maar kondig ook de vreugde aan. God geeft ze u, vergeet het niet. De Vader waakt in uw bestaan. O mensen luistert naar zijn stem. Zo klinkt voor u de wens van Hem.”

In de lente van dit jaar klepte de klok uren van rouw en verdriet omdat de grote dame, de donatrice naar wie ze werd genoemd, was overleden. Mevrouw Jozefine Staels, ‘de pianospeelster’ van mijn jeugd, was niet meer…

Ga verder naar deel 2