Erbiter, kinjde zwemmen è ?

F.C.Vilbeluik  - voorwaar een fraaie naam, bedacht door een sterjournalist van een sterkrant- heeft, tegen alle verwachtingen van voetbaldeskundologen en  de heimelijke hoop van een stel reporters en commentatoren in, het stinkende hachje weten te redden in zijn eerste jaar Jupiler League. Na 13 speeldagen had ‘den F.C.’ een schamele 6 puntjes bij elkaar gesprokkeld : de val naar de hel van tweede klasse leek onafwendbaar. In het gezelschap van gewezen voetbalgrootheden als F.C.Antwerp, Lierse en Union zou blauw-zwart-rood moeten branden van verlangen om weer op te stijgen naar de hemel waar de drievuldigheid van het Belgische voetbal –Anderlecht, Standard, F.C.Brugge – troont. Maar dat geschiedde niet, tot groot jolijt van de supporters en groot profijt van Boskamp.

In de vijftig- en zestiger jaren van vorige eeuw liet niets vermoeden dat het voetbal in Denderleeuw zo’n hoge toppen zou scheren. In België had de scheiding der geesten geleid tot een doorgedreven verzuiling van de maatschappij met politieke partijen, scholen, vakbonden, ziekenfondsen en kranten voor elk kamp.Bij ons zou die verdeeldheid ook een sportieve staart krijgen. In 1952 werd F.C. opgericht als tegengewicht voor het bestaande Standaard. Standaard speelde niet alleen in het rood, Standaard werd politiek met rood geassocieerd, ook al omdat zijn voorzitter, de zeer populaire Armand De Pelsmaecker, voor de toenmalige B.S.P. burgemeester van Denderleeuw zou worden en volksvertegenwoordiger. Eén van de stichters van F.C., en misschien de meest gedreven kracht in het bestuur, was ‘meester’ Beeckman, de hoofdonderwijzer (later : directeur) van de lagere school van het college. Hij was duidelijk van C.V.P.-signatuur. De beide clubs recruteerden hun jeugdspelers in de lagere scholen van de twee bestaande onderwijsnetten.

Tot begin van de zestiger jaren bleef F.C. het kleinere broertje. Standaard kon rekenen op een bredere schare supporters en stond sportief een trapje hoger : ik herinner me levendig dat in de eerste naoorlogse derby F.C. een rammeling kreeg van 9-1. Dat gebeurde in 2° provinciale in het jaar dat Standaard kampioen zou spelen met een monsterscore van 56 op 60.

Het tij begon te keren sinds 1963 toen blauw-zwart de eerste keer kon winnen van rood-wit. Het werd 2-3 achter de Globus, een fabriekje waar o.a.vis werd verwerkt in conserven en bokalen. Niemand bij F.C. – ook ik niet die het als 17-jarige tot in het eerste elftal had geschopt -  geloofde in een zege. Om de spelers toch extra te motiveren had een supportersclub, bovenop de normale winstpremie van 250 frank, nog eens 50 frank bonus beloofd. Klap op de vuurpijl was echter dat notaris Davids, een bestuurslid van F.C. wiens achtertuin aan het veld van de Standaard grensde, even in zijn portefeuille wou tasten en 400 frank per speler veil had in geval van een overwinning. Het onmogelijke bleek mogelijk en die zondag verdiende ik 750 frank : een hoop geld want mijn ouders, die net na de oorlog hadden gebouwd, betaalden hun hypothecaire lening af met 670 frank per maand… 

Het waren heroïsche tijden. De velden van de beide clubs lagen niet ver van of net naast de Dender, in vogelvlucht van elkaar gescheiden door…’den Animalia ofte het stinkkot’ dat Rendac werd in een later leven. Als de scheidsrechter een paar discutabele beslissingen nam in het nadeel van de thuisploeg begonnen de supporters gegarandeerd te jouwen en ‘erbiter kinjde zwemmen è? ‘ te schreeuwen. Het is gelukkig nooit zo ver gekomen dat de man in het zwart inderdaad in ‘de vaart’ werd gekieperd maar ik herinner me wel dat een paar keer de gendarmen zijn opgetrommeld om de arme kluns op een veilige manier huiswaarts te loodsen.

Och ja, de velden van toen…Dat van Standaard lag er zwaar en vettig bij en bij den F.C. moest er in de wintermaanden elke zaterdag door het hele bestuur pootaan worden gespeeld om de akker bespeelbaar te houden. Tonnen rijnzand zijn er op de drassige weide gevoerd die tot overmaat van ramp in zompige tijden werd overspoeld door een Dender die buiten zijn oevers trad.

En wie herinnert zich nog de bierfeesten van F.C. waarbij steevast, meer dan 10 jaar aan een stuk, op de 3° dag , een maandag nota bene, Will Tura stond geprogrammeerd omdat hij veel volk trok ? Marva, Rita Deneve, Marc Dex, The Cousins, zelfs The Cats en, als klap op de vuurpijl, Engelbert Humperdinck zijn hier de revue gepasseerd. En wie heeft nog weet van het drama dat de Standaard trof toen zijn veld werd verkaveld ? Terwijl F.C. opklom tot het nationale niveau zakte zijn concurrent van weleer weg naar de kelder van de provinciale reeksen ook al kregen ze via de gemeente toegang tot het nieuwe sportpark dat naar Armand De Pelsmaecker werd genoemd…tot F.C. naar tweede promoveerde en het bestaande  stadion werd ingepalmd en  omgebouwd tot een grotere en meer ambitieuze broer die bij zijn doop de naam van de rivaal , Florent Beeckman, meekreeg.

Wie nu op een zonnige zomerse zondag door de Stadionlaan kuiert en zijn ogen goed de kost geeft zal misschien even stil staan bij een bescheiden monument : het hele sportcomplex, dat zich uitstrekt tussen Lindestraat, Veldstraat en Opgeëistenstraat, kreeg opnieuw de naam van Armand De Pelsmaecker. De wandelaar die zijn blik laat verdwalen naar de overkant van de grote parkeerruimte kan echter ook niet naast de sierlijke smeedijzeren letters kijken boven de ingang van… het Florent Beeckman-stadion. Blijkbaar hebben we, in onze gemeente die over heel Vlaanderen bekend is om zijn vilbeluik, een gemeente waar voor het eerst in de politieke annalen een rooms-rode coalitie tot stand is gekomen, een typisch Belgisch compromis weten te bedenken. Armand De Pelsmaecker en Florent Beeckman werden broederlijk verenigd in een sportcomplex… 

Standaard bestaat nog  slechts als een schim van de trotse club van vroeger. Jammer dat in het begin van de jaren negentig een paar stijfhoofden een fusie van Standaard en F.C. de grond hebben in geboord. Een gemiste kans, zo blijkt nu wel. Ondertussen is F.C. al lang geen tjevenploeg meer. Het is een bonte papegaai met vele kleuren, een vereniging waar alle politieke gezindten nestelen. Het is ooit anders geweest. Al heet de club ‘Dender’, toch is er geen enkele supporter meer die naar ‘den erbiter’ schreeuwt of hij kan zwemmen. Gelukkig maar. Het voetbal verdeelt hier niet langer de zielen en… de zuilen.

H.J.