Vechten tegen het vergeten ?

Belofte maakt schuld. Om niet te vergeten dat ik het hier nog eens moest hebben over Douwe Draaisma, seniorenbladen en ons geheugen had ik een oude truc uit de universele toverdoos gehaald en een knoop in mijn zakdoek gelegd. Omwille van omstandigheden die te maken hebben met de verzorging van mijn stemknop ben ik genoodzaakt om tissues te gebruiken en dus diep ik mijn zakdoek slechts sporadisch op. Toen dat vanmorgen toch geschiedde bleek er tot mijn verbazing een knoop in dat stukje linnen te liggen maar ik kon me in de verste verte niet herinneren waarom die ordinaire oudewijvenknoop daar terecht was gekomen.

Ik neem u een beetje in de maling, lezer : het verhaal met de knoop in mijn zakdoek heb ik verzonnen. Toch had het waar kunnen zijn. In De heimweefabriek stipt Douwe Draaisma aan dat geheugenproblemen toenemen met het vorderen der jaren. ‘Eenmaal de vijftig voorbij voeren we een taai gevecht tegen het vergeten. Niet voor het eerst, dat doe je al je hele leven lang, maar je verliest steeds vaker.’(p.24) Vooral het ‘prospectief geheugen’ wordt sleetser : dat stelt iemand in staat zichzelf te herinneren aan toekomstige handelingen ; het prospectief geheugen zorgt er voor dat de geplande voornemens ook op tijd en stond worden uitgevoerd. Als hulp gebruiken we geheugensteuntjes ( knoop in zakdoek, kruisje op de hand ) maar het probleem wordt op die manier alleen verschoven. We zijn dikwijls knal vergeten waarom die knoop nu juist werd gelegd en dat kruisje getekend.

Rampzalig hoeft dat niet te zijn. In het seniorenblad Plus (juni 2008) merkt de neuroloog Eric Salmon op dat ‘met de toenemende leeftijd geheugencircuits altijd verouderen, zoals dat met andere functies van ons lichaam gebeurt ‘(p.39) Draaisma is het daarmee eens want ‘het geheugen wordt gedragen door hersenweefsel, dat weefsel is onderhevig aan verval en achteruitgang en daarmee vervagen of verdwijnen ook de herinneringen die er in lagen opgeslagen.’(37) Het is de moeite waard om de Groningse professor wat uitgebreider te citeren want hij slaat spijkers met koppen. ‘Bij het ouder worden gaat de conditie van het geheugen langzaam achteruit en dat is volkomen natuurlijk. Wie op zijn zeventigste nog het geheugen van een twintigjarige heeft is niet helemaal normaal. Van commerciële zijde worden ouderen uitgenodigd dat anders te zien. Voor de handel die rond het geheugen op gang is gekomen is het van belang vergeetachtigheid te laten verschuiven van normaal naar pathologisch, van iets dat bij het ouder worden hoort naar een symptoom – want een symptoom verwijst naar ziekte en bij ziekte horen medicijnen, therapieën, cursussen, helende kruiden, supplementen en wat er verder maar te koop is op de markt van het vergeten.’(56-57)

Achter de zorgen die ouderen zich maken omdat woorden hen soms ontglippen, omdat ze niet op namen kunnen komen ook al liggen die op het puntje van hun tong of omdat hun gemaakte plannen blijkbaar zoek zijn geraakt schuilt volgens Draaisma de angst voor iets ergers, nl. voor het spook van Alzheimer. Het is op die angst dat de commercie gehaaid inspeelt. Even ter illustratie : op de cover van Milo (juli-augustus 2008) wordt het dossier, dat verderop in het blad over 6 bladzijden wordt uitgesmeerd, aangebracht met de sloganeske titel ‘ Vergeet Alzheimer. Train je brein!’ Evi Maquoi, de schrijfster van het dossier, sust de lezer wel met de bedenking dat de angst van vele senioren voor Alzheimer en dementie vaak overdreven is maar heel haar betoog is voor het overige gebaseerd op de theorie dat we ons geheugen kunnen trainen ‘omdat je je hersens kunt vergelijken met een spier’. Die laatste vergelijking wordt door Draaisma naar het rijk der fabelen verbannen. Het geheugen is namelijk geen spier die je door trainen kunt versterken en vergroten. (46) ‘Geheugentraining heeft echter hier en daar industriële dimensies aangenomen.’ Wie zal hem ongelijk geven als we in het bovengenoemde magazine Plus lezen dat bijna 40% van alle games voor de draagbare spelconsoles Nintendo DS en PlayStation oefeningen voor het brein zijn, dat 4 op de 10 klanten vijftigplussers zijn, dat meer en meer zeventigplussers zich zo’n spelconsole aanschaffen en dat dertigers en veertigers zo’n dingen kopen als cadeau voor hun ouders.(35-36) Aan de top van de bestsellerslijst staat Brain Training van de Japanse dokter Kawashima, een neuropsycholoog die, dixit Draaisma, geen enkel, maar dan ook geen enkel onderzoek over geheugentraining op zijn naam heeft staan. (45)

Het staat buiten kijf dat we ons geheugen moeten blijven prikkelen. Actief blijven en zeker niet snoeien in onze sociale contacten is de boodschap. In principe bevatten die contacten ‘alle variatie en uitdaging die nodig is om het geheugen op peil te houden.’(56) Voor neuroloog Eric Salmon zijn games voor geheugentraining middelen als een ander om alert te blijven. Hij merkt nuchter en gezond denkend op – het moge als muziek klinken in de oren van senioren-organisaties als OKRA – ‘dat ze zeker de sociale contacten niet kunnen vervangen. Een hartverwarmende groepsactiviteit is tenminste zo belangrijk om ons brein fit te houden als moederziel alleen voor een scherm te gaan zitten.’ (Plus,39)

Aan Nintendo en PlayStation ben ik nog niet toe gekomen. Van een kruiswoordraadsel of sudoku lust ik wel pap maar het meeste geniet ik nog van een mooi gedicht, een goed boek.

Op mijn lijst van 2008 staat De heimweefabriek ( Historische Uitgeverij, Groningen ) van Douwe Draaisma met stip genoteerd. Meer nog dan in zijn kaskraker met de prachtige titel Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt, heeft hij me in zijn laatste werk weten te bekoren door de helderheid van zijn betoog en de bevattelijke manier waarop hij  zijn levensecht onderwerp aan de lezer presenteert. Een aanrader, zeker voor vijftigplussers.

H.J.