Reizen met stramme knoken

De lezer van een gedicht of roman, van een artikel of wetenschappelijk werk kan de auteur wellicht geen grotere lof toezwaaien dan te verzuchten : ‘Dit had ik zelf willen schrijven!’ Zo was ik in het afgelopen jaar aangenaam verrast bij de lectuur van De heimweefabriek, een studie van Douwe Draaisma, hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie aan de Groningse Rijksuniversiteit. Professor Draaisma neemt de lezer vanaf de eerste bladzijden zachtjes bij de hand en loodst hem, in een bevattelijke en voor de leek verstaanbare taal en op een bijwijlen ironisch-humoristische toon, door het land van ‘geheugen, tijd & ouderdom’ , tevens de ondertitel van het boek.

De prof uit het verre, hoge noorden van Nederland schrijft over zeer herkenbare zaken en de Vlaamse lezer kan moeiteloos mee in zijn verhaal. Ik illustreer dat even met de volgende zinnen uit het eerste hoofdstuk De langste etappe : ‘ Die dubbelzinnige positie tegenover ouderdom is ook zichtbaar in seniorenbladen. Nog voor je ze openslaat valt op dat de titels van die bladen elke verwijzing naar ouderdom mijden, ze heten Midi, Zin of Plus. Binnenin zijn ouderen niet afwezig, maar wel aan de jonge kant.’ (p.13) Toeval of niet, maar bij ons heten een paar bladen die zich tot vijftigers als doelpubliek richten ook Plus en Milo. Het laatste magazine heeft als ondertitel Midlife rocks en in een advertentie op tv beweren ze een blad te zijn voor genieters ‘met ballen’.(sic) Op de covers van respectievelijk juni 2007, mei en juli-augustus 2008 etaleren Phara de Aguire, Lieve Blancquaert en Marlène de Wouters breed glimlachend en stoer in de lens kijkend hun bruisende levenslust ; bij Plus lachen een knappe, gebronsde adonis ( juni 2008) en een frisse, pronte meid van hooguit 40 (juli-augustus) hun hagelwitte tanden bloot want ze voelen zich kiplekker in dit ondermaanse.

In De Standaard van woensdag 20 oktober stak een bijlage 55 +. Jonger dan je denkt. Niemand twijfelt aan de volgende waarheid, te vinden op p.4 : ‘ De vijfenvijftigplussers vormt een bijzonder belangrijke doelgroep voor wie bezig is met marketing, reclame- en communicatiestrategieën.’ Uiteraard is die doelgroep geen homogene verzameling van stereotiepe, eendere individuen. Milo en Plus richten zich niet tot echte hoogbejaarden of tot de duizenden senioren die rond moeten zien te komen met een pensioentje dat amper boven het bestaansminimum uitkomt. De beoogde ouderen zijn vitaal en kapitaalkrachtig, ze hebben tijd en centen zat en kunnen zich een leventje permitteren als God in Frankrijk. Als je door de Milo van juli-augustus bladert, word je meegenomen naar vakantiebestemmingen als Lissabon, de Schotse Highlands, Berlijn, Madagascar en Spanje ; bladzijden na elkaar word je vergast op montere, kwieke bikers die door België, Nederland, de Provence en Thailand trappen. Als je niet van fietsen houdt kun je in de buurt van Eben Emael de tijd doden met een gezonde portie nordic walking. De minder actieven worden uitgenodigd om zichzelf eens gastronomisch te verwennen en gezellig te gaan tafelen in De kokoon, La Feuille d’Or of de Villa Lorraine. Maar ook een kuurweekend in de Chateau de Thermes van Chaudfontaine is niet te versmaden. Wie zijn duiten liever anders spendeert vindt met een Mercedes-Benz zeker de weg naar zijn dromen of kan vanaf 24.045 euro de Open Antara ontdekken, zich een snelle ‘Wesp’ van Vespa aanschaffen of designclassicmeubelen inslaan…

Seniorenbladen hinken echter op twee gedachten. Naast het halleluja omwille van de zonnige zijde des levens zijn er de advertenties die in wezen te maken hebben met achteruitgang en verlies aan vitaliteit. Draaisma ontmaskert de dubbelzinnigheid waarmee die minder fraaie aspecten aan de lezer worden gepresenteerd…’In de advertenties figureren modellen die zeker één generatie te jong zijn voor de kwalen die ze moeten uitbeelden…De vrouw met het hoortoestel is zo te zien achter in de dertig. Ook uit het bad met deur komt een jonge vrouw gestapt. Op de traplift zit een man van rond de veertig die in het dagelijkse leven waarschijnlijk de trap nog met twee treden tegelijk neemt, geen wonder dat hij zit te lachen…
Oud zijn, zichtbaar oud zijn,is iets dat men de lezer liever bespaart, ook als die lezer zelf oud is…We hebben er blijkbaar moeite mee de ouderdom op zijn eigen termen te waarderen.’ (pp.14-15)

Ik neem nog maar eens het vakantienummer van Milo ter hand en op blz.2 (achterkant van de cover) heb ik al prijs : Jane Fonda prijst Pro-Calcium van L’Oréal aan want blijkbaar is het een efficiënte oog- en lipcontourontkreuker (oef). De Amerikaanse van 70 – het staat er expres bij – heeft alleen wat last van miniscule kraaienpootjes maar voor de rest oogt ze prima geconserveerd. Op pagina 9 (ook op 40-41) is een bloedmooie brunette maar wat blij dat ze Nivea gebruikt : weg met de rimpels! We slaan de bladzijde om en krijgen de gouden raad om van onze vakantie te genieten maar als voorzorgsmaatregel nemen we liefst toch Motilium Instant mee, kwestie van die weerspannige maag te temmen. En verder : Venatural vitaliseert de vermoeide benen met het beste uit de natuur (53), een hele batterij aan zalfjes en crèmes van diverse merken houden onze handen en voeten jong (64-67), Scholl maant ons aan om onze voeten niet te vergeten (69) – wat een gedoe met die voeten - , Calcifort zorgt voor sterke botten, een leven lang (93). Als toetje is er de medische bijdrage met de ronkende titel Au mijn gewrichten waarin we wat informatie geserveerd krijgen over de verschillen tussen artrose, artritis en jicht.

Kers op de taart is het dossier Train je brein, de wonderremedie om Alzheimer op afstand te houden. In het inzetje ‘Lezen om te trainen’ wordt er zowaar verwezen naar een werk van ons aller Draaisma, Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt. Over De heimweefabriek niks, geen woord. Dat is verwonderlijk want Draaisma behandelt nu net daarin uitvoerig het probleem van de vergeetachtigheid en in zijn hoofdstuk De markt van het grote vergeten steekt hij zijn scepsis over de manier waarop geheugentraining haast industrieel wordt verkocht niet onder stoelen of banken.

Als ik het niet vergeet kom ik daarop wel eens terug…


H.J.