De kerstkaart, 2010


Na Allerheiligen worden in de boekenwinkels en warenhuizen
de molentjes opgevuld met wenskaarten voor de eindejaarsfeesten.
Blijkbaar blijft er, in dit tijdperk van elektronische post via e-mail en sms,
toch nog een winstgevende markt te zijn voor die goeie, oude kerst- en nieuwjaarskaarten.

Maar toch, vooral met die kerstkaarten is er wat aan de hand.
Je zult, mocht je dat al willen, in onze winkels vergeefs zoeken naar kerstkaarten
met ‘zalig Kerstmis’ als opdruk.. Het begrip Kerstmis is letterlijk van de kaart geveegd,
wellicht omwille van die ‘mis’, die al te religieus en liturgisch klinkt in de oren van de
niet-kerkgangers die nu eenmaal de meerderheid van de consumerende doelgroep vertegenwoordigen. Ook met dat ‘zalig’ weten we geen blijf meer : het is bijbels en kerkelijk jargon waar we geen voeling meer mee hebben.

Kerstmis wordt, ook in de media, in de regel simpel afgekort tot ‘kerst’. Dat ‘kerst’ letterlijk is afgeleid van de eigennaam Christus beseffen we niet meer.

De kerstkaart anno 2010 weerspiegelt een diepe kentering der tijden en markeert een, vanuit christelijk standpunt bekeken, radicale, collectieve geloofscrisis.
De kerstkaart is de getuige van een ontkerstening die verder om zich heen grijpt.
De volgende haiku illustreert die waarheid in 17 lettergrepen :

In de stilste nacht
volle restaurants ver van
lege kerkstoelen

 

H.J.