Het grote Real en het kleine Cercle

Real Madrid heeft in de afgelopen transferperiode meer dan 240 miljoen euro uitgegeven om nieuwe vedetten aan te trekken. Toegegeven, daar staan inkomsten van verkochte spelers tegenover maar feit is toch dat er met gigantisch veel poen is gegooid. Die 240 miljoen euro zijn het equivalent van  een kleine tien miljard oude Belgische frankskes. Yes, yes, u leest goed : 10 miljard frank. Nu is het woord ‘miljard’ in een fractie van een seconde uitgesproken maar als een mens vanaf zijn geboorte per seconde zou beginnen te tellen dan is hij iets meer dan 31,5 jaar oud voor hij aan dat ‘één miljard’ zit. En er zijn nog rekensommetjes die ongeloofwaardig overkomen maar bij herberekening toch kloppen : een trein bijv. die 1 miljard liter water vervoert in wagons van 5 m bij 3 bij 2 m is een kleine 167 km lang. En geld maakt geld : wie 1 miljard frank op de bank deponeert tegen 5%  int per uur, dus ook al vertoeft de gelukkige in de armen van Morpheus, ongeveer 5.700 fr. aan intrest.

Real is bijlange niet de enige ploeg waar er met ontzettend veel geld wordt gegoocheld. Bij andere toppers als F.C.Barcelona, de beide Manchesters, Liverpool, Shaktar Donetsk en een handvol Italiaanse clubs wordt er evenmin op een euro gekeken. Het lijstje is verre van volledig. En wat te denken van Chelsea dat 7-8 jaar geleden een obscure Engelse middenmotor was, tot het door de steenrijke Russische oliemiljardair Abramovic onder de vleugels werd genomen. Abramovic, die blijkbaar weet waar Abraham de mosterd haalt, kocht een sterrenteam bijeen  maar een boterham minder zal hij er niet om eten : nadat hij met pokeren een jacht had verspeeld, schafte hij zich hij meteen een ander bootje aan, eentje van 350 miljoen euro waarop 70 man wordt tewerkgesteld in 2 zwembaden, een danszaal, een cinema en een batterij luxecabines.

Voetbalstadions als Nou Camp, Bernabeu, Meazza, Old Trafford en Anfield Road zijn echte commerciële centra waar merchandising hoogtij viert. Peperdure spelers als Ronaldo, Messi,  Beckham, Ibrahimovic, Kaka en co betalen volgens insiders zichzelf terug via de massale verkoop van shirts en shorts, petjes en posters en andere prullaria. Het moderne voetbal is big business geworden. Ook op de sport heeft het economisme zijn grijpgrage klauw gelegd. Geen wonder dat de relatie sport-commercie onderwerp is geworden van wetenschappelijke studies. In zijn artikel Willen voetbalclubs winnen of winst maken ? (te vinden in Visie en vooruitgang. Lessen voor de eenentwintigste eeuw, Leuven 2009) trakteert professor Stefan Kesenne de lezer op ingewikkelde grafieken, curves, formules en verwoordt hij zijn bevindingen in een jargon waar een economisch ongeschoolde leek pips van wordt : ‘monopsonie bij winst- en winmaximalisatie’ klinkt als abracadabra in mijn oren.

Ik behoor tot de schare sportliefhebbers die betreuren dat een populaire sport als ‘koning voetbal’ zwaar besmet werd en wordt door het virus van het grootkapitaal. Ook in het voetbaluniversum worden de kleintjes uitgerangeerd en in een hoek gedrumd door de rijke topclubs uit 3 à 4 landen. In de Champions League mogen Debrecen, Standard, Apoel Nicosia, AZ en Zürich deelnemen om aan 32 clubs te geraken zodat de schijn kan worden opgehouden dat het om een heuse krachtmeting met brede Europese allures gaat. Het perverse van het hele systeem bestaat erin dat die dwergen meer dan content zijn  met de miljoenen euro’s die ze aan het toernooi overhouden omdat die hen in staat stellen om op hun eigen lokale, nationale markten de eerste viool te spelen en om daar, op microschaal dus, de beste spelers te lokken en de anderen met een figurantenrol op te zadelen.

Michel Platini, voorzitter van de UEFA (de Europese voetbalbond) zit blijkbaar verveeld met de manier waarop Real Madrid op de spelersmarkt tekeer is gegaan. ‘Het heeft iets onfatsoenlijks’, vindt hij. Platini is een voorzichtig man die zijn woorden moet wikken en wegen want hij wenst herverkozen te worden. Ik niet. Ik hoef dus geen blad voor de mond te nemen en wil hier gerust uitbazuinen dat het hele gedoe immorele proporties heeft aangenomen en dat het een schande is om onverantwoorde sommen te betalen voor een stel benen met daar bovenop een hoofd vol voetbalverstand. Het opbod neemt ronduit ridicule afmetingen aan : Lionel Messi  - die per maand 1 miljoen euro verdient voor zijn kunstjes – is in principe transferabel bij F.C.Barca maar de koper moet wel 250 miljoen euro ophoesten voor de Argentijnse dribbelaar.

Zijn clubvoorzitters en  -eigenaars als Perez, Laporta en Abramovic morele analfabeten tot wiens grijze hersenmassa het niet doordringt dat er met (een deel van die) centen kinderlevens kunnen worden gered, lepralijders geholpen, paria’s gealfabetiseerd en vrouwen geëmancipeerd ? De voetbalwereld is ethisch ziek en alleen harde heelmeesters zullen de patiënt kunnen genezen. Europese toppolitici : sta op, wees moedig en sleutel aan een wetgeving die de wantoestanden en de uitwassen van de koehandel met wortel en tak uitroeit !

In het afgelopen voetbalseizoen nam ik het hier te lande vooral op voor de underdogs : voor Dender, Roeselare en Tubeke, de lelijke eendjes die eigenlijk niet thuishoorden in het kransje van de grote jongens uit eerste klasse. Sinds jaar en dag supporter ik ook voor Cercle Brugge en het deed me dan ook deugd aan het hart om in Kerk en Leven van 20 september jl. te lezen dat groen-zwart groots is in zijn engagement voor projecten van Caritas International. De ploeg heeft de missionaire opzet van zijn stichters – de broeders van het Franciscus Xaveriuscollege- niet verloochend. En als ik lees dat de spelers elke week een matchke gaan sjotten met de drugsverslaafden uit het afkickcentrum De Sleutel dan denk ik dat het grote Real  nog veel kan opsteken van het kleine Cercle en dat Florentino Perez maar eens moet komen babbelen met mijnheer Schotte, de voorzitter van het bescheiden elftal uit het Venetië van het Noorden.

H.J.